Hoe scoor je een wijnhit?

Hoe scoor je een wijnhit?

Als je in de supermarkt een onbekende wijn ontdekt die je best eens zou willen proeven, stelt de filiaalmanager het doorgaans niet op prijs als je die fles ter plekke ontkurkt en jezelf een glaasje inschenkt. Dat betekent je de inhoud van die fles moet zien te beoordelen op zijn uiterlijk. Sla je daarmee bij mensen de plank doorgaans mis, bij wijn is zoiets een mission impossible. Dat uiterlijk wordt namelijk ontworpen door uitgenaste specialisten met maar een doel: jou die fles verkopen.

Iedere wijnboer wil een toverfles met een uitstraling die bij de argeloze slurper een onbedwingbare grijpreflex losmaakt. Zonder dat je het zelf merkt glijdt je hand naar die ene fles, graait hem uit het schap en vlijt hem in je karretje. ‘Yess! Ik heb de juiste keuze gemaakt’, denk je dan, terwijl je trots met je buit afzwaait richting kassa. Hoe flikt zo’n ontwerper dat? Daar zijn tactieken voor.

Voor het programma Wijn aan Gort deden we eens een zogeheten voxpop. We voorzagen twee flessen identieke rode wijn van twee verschillende etiketten: een met een aaibaar poesje dat haar staart om een glas wijn krult en een tweede met een stoer wapenschild met gekruiste zwaarden. Daarmee begaven we ons onder het volk op een druk plein in Bordeaux en vroegen zo’n dertig passanten welke van de twee ze zouden kopen. Uitkomst: bijna alle vrouwen kozen de wijn met het poesje, want dat leek ze ‘een lekker zacht wijntje’. De mannen gingen vrijwel unaniem voor de zwaarden, want dat was volgens hen ‘een volle stevige wijn’.

Het feit dat wijnetiketten met een dier het goed doen, vind je terug in de supermarkt. In 2006 bracht Nielsen een rapport uit over de Amerikaanse markt waarin werd aangetoond dat een dier op het etiket de verkoop met 50 procent vergroot. Sindsdien piept, loeit en knort een leger van katten, stieren en varkens ons toe vanaf het wijnschap.

Dus wil je een wijnhit scoren, hou dan onderstaande zes gouden succesregels aan:

1. Een dier op het etiket. Zo’n knuffelbeest roept bij ons een natuurgevoel op, ook al is de wijn gebotteld in een anonieme fabriek in het Ruhrgebied.
2. De prijs. Zorg dat die onder de 5 piek blijft, want de gemiddele prijs die een Nederlander wil betalen voor een fles wijn is, hou je vast, € 3,64 en het absolute, meedogenloze prijsplafond is 5 euro. Daarboven zakt de verkoop als een slappe piemel in elkaar.
3. De druif. Neem geen risico’s, kies de commerciële altijd-goed-soorten merlot, chardonnay of sauvignon.
4. Het verhaal. Zorg voor een goeie story. (kijk hiervoor op pagina 18 van De Nieuwe Wijnsurvivalgids).
5. De naam. Een goede merknaam is kort, makkelijk te onthouden en moet ook nog iets zeggen.
6. De kleur van het logo. Ons brein snapt plaatjes beter dan letters. We onthouden eerder de kleur en de vorm van een merknaam dan het woord zelf. Of, en dat is misschien nog het beste, doe dit allemaal lekker niet. Noem een wijn gerust Przwalskovsky. Zet er géén dier op en stel de prijs op 6 euro, maar zorg ervoor dat hij wangverzakkend lekker is.

Alvast hartelijk santé!

Dit is een column van Ilja Gort

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Winelife Magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen? Volg Winelife magazine op InstagramFacebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.