Champagne: Een vreemde eend in de bijt

Champagne: Een vreemde eend in de bijt

Champagne, de ongekroonde koning van de uitzondering. Deze wijn grossiert in het tarten van de wetten van de wijn. Een boeiend fenomeen dat om een nadere inspectie vraagt.

Om leed te verzachten en om de katholieke kerk van de broodnodige miswijn te voorzien, werd in vroeger tijden overal wijn gemaakt. Ook op plekken waar het eigenlijk vaak te koud was. De Franse regio Champagne is zo’n grensgebied. In deze licht heuvelachtige, bosrijke omgeving lijken koolzaad, suikerbieten en granen een veel logischere keuze dan de druif. Maar de eerdergenoemde redenen én de optimale ligging ten opzichte van Parijs – je hoeft alleen maar de rivier de Marne af te zakken – maken dat de ‘Vin de Reims’ toch profijtelijk bleef. Dat deze ‘lastige’
regio zo onwaarschijnlijk succesvol is geworden, is het resultaat van toeval, evolutie en keihard werken. Niet alleen van Franse zijde. Met een beetje goede wil kun je deze mousserende wijn zien als het resultaat van een succesvolle pan-Europese samenwerking zo’n twee- tot driehonderd jaar geleden. Een min of meer toevallige collaboratie tussen Franse wijnmakers, Engelse handelaren en Duitse investeerders.

ZWOEGENDE MONNIKEN EN LOSGESLAGEN HANDELAREN

Zeker is dat de noordelijke ligging van deze streek het uiterste vraagt van het improvisatievermogen van wijnmakers en -handelaren. Anders dan in zuidelijkere regio’s moet men in deze noordelijke regio creatief zijn omdat het er eigenlijk te koud is. Het waren toegewijde hardwerkende monniken zoals Dom Pérignon (1638-1715) die alles op alles zetten om toch kwaliteitswijn te kunnen maken. Zij experimenteerden erop los, verbeterden processen en brachten de wijnen naar een nieuw niveau. Maar champagne zoals wij hem kennen, zou er niet zijn geweest zonder Engelse handelaren die al halverwege de 17e eeuw suiker toevoegden aan wijn – om fouten te maskeren én om de wijn bubbels te geven. ‘Absurde praktijken van een stel barbaarse eilandbewoners’, zou de waarschijnlijke reactie hierop zijn geweest van de Fransman van destijds. Maar juist de dunne, lichte wijnen van Champagne blijken zich bij uitstek te lenen voor een zogenaamde tweede vergisting op fles, waarbij de bubbel wordt gevormd.

BESMETTELIJK VIRUS

In Londen groeide de vraag naar mousserende wijnen snel en beetje bij beetje groeide ook in Frankrijk de liefde voor bubbels. Nadat koning Lodewijk XV in 1728 het transport en de verkoop in fles had toegestaan, ontstond er een gat in de markt. De linnenhandelaar Nicolas Ruinart dook als eerste in deze niche en richtte het nog steeds bestaande, gelijknamige champagnehuis op. De handel in champagne deed die van linnen snel verbleken en het succes van Ruinart trok spoedig – veelal Duitse – collegatextielhandelaren. Zij richtten huis na huis op en vandaar
dat veel etiketten worden gesierd door Germaanse namen als Krug, Deutz, Heidsieck, Mumm en Bollinger. De Duitse handelaren bleken het nieuwe geheime wapen van de champagne. Vreemde talen waren minder een probleem en ze wisten de wereldmarkten te besmetten met het champagnevirus.

Tekst Huib Edixhoven

Ben je benieuwd naar het volledige artikel? Je leest het in de nieuwste Winelife editie 68. Deze bestel je hier!

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Winelife Magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen? Volg Winelife magazine op InstagramFacebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.