Op culinaire wijnreis in de Portugese Alentejo

Op culinaire wijnreis in de Portugese Alentejo

Glooiende heuvels in het zuiden en weidse vergezichten, een ruige kustlijn en een bergachtig landschap in het noorden. We rijden dwars door Portugal, door een regio die gekenmerkt wordt door kurkeiken, olijfbomen en eindeloze wijngaarden. Een onontdekte plek net boven de Algarve met een rijke historie, een van de mooiste sterrenhemels, verrassende culinaire tradities én bijzondere wijnen: op ontdekkingstocht in de Alentejo.
TEKST ELINE VAN NUNEN FOTOGRAFIE ELINE VAN NUNEN | LOKALE WIJNHUIZEN | TOURIST BOARDS

Het droge, goudgele zand stuift op achter onze auto als we het terrein van Herdade da Malhadinha Nova in Albernoa op rijden. Een witte oase in een ietwat Afrikaans aandoend landschap doemt voor ons op. We checken in voor onze eerste overnachting en beginnen deze rondreis bij een van de mooiste kwaliteitswijnhuizen en luxe wijnhotels van de regio. Malhadinha Nova is een familiebedrijf pur sang, de passie voor wijn zit al generatieslang in het bloed. Zelfs de kleinste telgen dragen hun steentje bij op zelfgetekende wijnetiketten. De zon betovert de lichtblauw geschilderde gevels, het landgoed lijkt oneindig. Vanaf deze plek goed is te zien hoe weids en uitgestrekt het landschap van de Alentejo is.

Op zijn Alentejaans
‘Bij Malhadinha Nova plukken we alles met de hand. We verwerken de druiven tot elegante rode en witte wijnen. En dat gebeurt heel zorgvuldig’, legt wijnmaker Nuno Gonzalez uit. Die techniek en liefde voor de wijn werpen hun vruchten af: ‘De rode Malhadinha is al eens verkozen tot de tweede beste wijn van Portugal!’ We volgen hem naar de veranda van het wijnhuis. Tijd voor een proeverij. En ach, waarom ook niet. Met huisgemaakte gedroogde ham en worst, olijven en lokale schapenkaas maken we van deze Alentejo-introductie een feestje. Een uitgebreide rondleiding en een diner ‘with a view’ volgen. Portugal op z’n Alentejaans: dat smaakt naar meer.

Além do Tejo
De Alentejo is gelegen in het zuid-centrale gedeelte van Portugal en qua oppervlak vergelijkbaar met Nederland. De regio beslaat ongeveer een derde van het land, en is met slechts 750 duizend inwoners dunbevolkt te noemen. Je vindt er een grote diversiteit aan landschappen en natuurschoon. De naam Alentejo – além do Tejo – betekent letterlijk ‘over de Taag’. In de Alentejo vormt de Taag de natuurlijke grens met buurregio Centro. Boven de rivier is het land bergachtiger, eronder glooiend. Het water van de Taag speelt een belangrijke rol voor de vruchtbare landbouwgrond in de regio, waarop vroeger graan en tegenwoordig ook wijn, olijven, kurk en fruit worden verbouwd.

Brood, bacalhau en borrelhapjes
De Alentejo heeft een 100 kilometer lange kustlijn, en toch staan er opvallend weinig visgerechten op de lokale menukaart. De rotsen en ruige kust maakten het de vissers in de 20e eeuw moeilijk zich er te vestigen. De vis moest na de vangst namelijk nog vervoerd worden en werd daarom eerst bewerkt. De gedroogde gezouten kabeljauw (bacalhau) zie je ook vandaag de dag nog vaak op de lokale eettafels verschijnen.
De Alentejo kent meer dan 3.000 zonuren per jaar en de zomers kunnen er bloedheet zijn. Niet vreemd dat de druiven in augustus al plukrijp zijn en enorm veel aroma’s bevatten. Wil je de wijnen uit de regio beter leren kennen, dan is een bezoek aan de Sala de Provas da Rota dos Vinhos do Alentejo een goed idee. Hier vind je informatie over alle verschillende routes door de streek. Naast proeverijen en rondleidingen kun je bij de meeste wijnhuizen ook heel goed terecht voor een kijkje in de lokale keuken. Het is lunchtijd en dus besluiten we aan te schuiven bij het restaurant van Herdade dos Grous, een sfeervol wijnhuis met zuilengalerij, sprookjesachtige doorkijkjes en dito rozentuin. We bestellen de traditionele vissoep, maar laten ons door de chef eerst verrassen met petiscos, een tafel vol smaakvolle borrelhapjes.

Hemel voor zoetekauwen
In het verleden heeft de Alentejo zowel Romeinse als Arabische overheersers gekend. Allebei hebben ze hun stempel gedrukt op de architectuur en de lokale gastronomie. Kruiden als oregano, koriander en knoflook zijn niet meer weg te denken uit de Alentejaanse potten en pannen. Maar de combinatie ‘kaneel, honing en amandelen’ speelt nog altijd een glansrol in zoete gerechten. In het plaatsje Beja gaan we op zoek naar het geheim van deze hemelse combinatie. Beja staat (lokaal) bekend om zijn rijke, culturele historie, de Torre de Menagem én om zijn zoete lekkernijen. Met de warme middagzon in de rug volgen we onze gids Roberta naar de 15e-eeuwse kerk van het lokale vrouwenklooster, dat nu dienstdoet als museum. Blij verrast kijken we rond in het kerkje: hier geen tapijtkunst aan de muren maar stralende, blauwwitte tegeltjes met gedetailleerde Bijbeltaferelen. ‘Ter decoratie, maar ook als verkoeling op een hete dag als deze’, aldus Roberta. De nonnen van het vrouwenklooster streken en stevenden hun kleding van oudsher met eiwit. Het eigeel dat overbleef werd gemend met amandelen en honing en gebruikt om gebakjes en koekjes te bakken. Een eeuwenoud ambacht dat – godzijdank – nog altijd in ere wordt gehouden. Tegenwoordig wordt het lekkers uit Beja vooral gegeten als dessert. Of gewoon als tussendoortje. Bij theehuis Casa de Chá Maltesinhas trakteren we onszelf op een proeverij van zoetigheid: Maltesinhas, Queijinho do Céu, Papo de Anjo en Túbera tot Miminh, Óstia, Pérola en Toucinho do céu (met bacon). Amen!

Lees het hele artikel in WINELIFE #65. Bestellen kan hier.

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Winelife magazine!