Dat is nou zo spannend aan wijn. Denk je een druif te kennen, ontdek je weer een andere stijl. Neem pinot noir, wereldberoemd als rode verleider. Maar rosé van pinot? Ja, ook dat bestaat. En wit? Ook. Er zijn drie tinten Pinot Noir, en je hoeft er niet eens ver voor te reizen.
Tekst: Evelijn van Heuven | Beeld: Unsplash
Wijnliefhebbers die in Europa wonen zijn gewoon mazzelaars, die vinden een enorme variëteit aan wijnen en stijlen gewoon ‘om de hoek’. Moet je voorstellen, je kunt alleen al voor pinot noir een roadtrip maken door pak ‘m beet twintig Europese landen. Het klassieke epicentrum van de druif ligt in de Bourgogne, maar van daaruit kun je alle kanten op. Waaier uit naar Duitsland, Italië en Oostenrijk, prominente pinot-verbouwers. Ook Spanje, Tsjechië en Slowakije doen ondertussen serieus mee. Heb je wel zin in wat avontuurlijkers, dan reis je door naar Roemenië, Bulgarije en Kroatië, waar pinot noir in wat minder grote hoeveelheden groeit. In Polen, Denemarken, maar ook dichter bij huis in de Benelux, viert de druif succes in kleinere oplagen. In België is het zelfs een van de meest verbouwde druivenrassen. Maar hoe zit het precies met die drie verschillende kleuren wijn?
Pinot verkleedpartijtje
Vaak wordt van chenin blanc gezegd dat die zich als een kameleon gedraagt, doordat er zoveel verschillende soorten wijnen van worden gemaakt, van strak tot volrond en van droog tot zoet. Van pinot noir zou je dit ook wel kunnen zeggen, want deze druif is evenmin vies van een verkleedpartijtje. Dat zit zo: de wijnboer kan na de oogst verschillende kanten op met de blauwe druif en hem omtoveren tot droge of mousserende wijn en tot wit, rosé of rood. Die laatste zorgt voor het gros van de flessen in onze schappen. De rode variant ontstaat door vergisting mét schilcontact. De schilletjes bevatten kleur en tannines, en door het sap dat uit de druiven wordt geperst daar langer aan bloot te stellen, krijgt de wijn zijn mooie, rode kleur. Overigens is dit bij Pinot Noirs een relatief helderrode kleur in vergelijking met andere wijnen, bijvoorbeeld gemaakt van cabernet sauvignon en syrah.
Bij rosé komen de schillen ook in contact met het sap, maar een stuk korter. Net lang genoeg om een roze kleur te extraheren, licht tot donker. Waar de schillen bij rode wijn meerdere weken in contact zijn met het sap, is dit bij rosé slechts één tot enkele dagen. Iedereen kan bedenken dat dit een verschil in kleur oplevert. Maar hoe zit dat dan met wit? Ook dit kun je nu zelf beredeneren: na het persen van de blauwe pinot-druiven haalt de boer de schillen direct uit het heldere sap. Dit sap wordt zonder schillen vergist en neemt dus praktisch geen kleur op – en heeft ook slechts sporen van tannines. Het resultaat: een wit ogende wijn gemaakt van blauwe druiven. Om op feestjes de blits te maken als een echte wijnkenner: zulke wijnen noemen we ook wel ‘blanc de noirs’ (‘wit van zwarten’).
Exclusief voor abonnees
Dit artikel is alleen toegankelijk voor abonnees. Word nu abonnee van WineLife en lees dit artikel verder.
Word abonnee Inloggen