2021 was een dramatisch champagnejaar

2021 was een dramatisch champagnejaar

Het Franse dorpje Trépail is nog stiller dan ik dacht. De weinige huizen die er staan, liggen er verlaten bij en de luiken zijn dicht. Hier en daar rijdt een versleten bestelbusje, met bestuurders die nieuwsgierig naar ons kijken. Ook al zijn we in de Champagne; toeristen zijn ze hier duidelijk niet gewend. Onze auto slaat een hoek om en we arriveren bij Rue de La Mairie nummer 10. Het is zover! Hier ligt het huis van David Léclapart: champagnemaker, promotor van biodynamische wijnbouw en vooral: levende legende. Ik kan mijn geluk niet op. Na jaren van stille aanbidding ga ik David niet alleen ontmoeten; ik blijf een week logeren om te helpen bij de oogst. – TEKST INGE DE JONG | BEELD ALEJANDRO MUCHADA

2021 was een dramatisch champagnejaar – maar bij David Léclapart is het feest

Een jaar om te huilen

Voor mij mag de champagneoogst dan een feest zijn; voor champagneboeren valt er dit jaar weinig te vieren. Na een strenge wintervorst volgden in april en mei twaalf dagen van onverwachte lentevorst tot acht graden onder nul. Hierdoor ging al 20% tot maar liefst 80% van de oogst verloren. Alsof dit niet genoeg was, kreeg de Champagnestreek in de zomer te maken met hevige hagel- en regenbuien. De vochtigheid maakte de wijnstokken kwetsbaar voor de grootste angst van wijnboeren: meeldauw. Deze schimmel tast de bladeren van de wijnstruiken aan en verandert de sappige druiven in droge, verschrompelde bosjes ellende. Veel champagneboeren konden de schade beperken met chemische behandelingen. Maar de biologische en biodynamische boeren konden niets anders dan machteloos toekijken. Bij sommigen van hen ging meer dan 90% van de oogst in rook op.

“Dit is het ergste oogstjaar van mijn leven,” zegt David terwijl hij een glas water inschenkt. Hij brengt het als een feit en lijkt prima gehumeurd. Ik heb hem net zenuwachtig een hand gegeven en we zitten aan een lange eettafel in een garage die deze week dienstdoet als hotel voor zijn plukkers. In de hoek staat een groot, kartonnen bord met een getekende wereldkaart. Iedereen die deze week komt helpen staat erop, in het land waar hij of zij vandaan komt. De naam “Inge” wijst met een lange boog naar het kleine Nederland. Davids vrouw Carole komt binnen en ziet me kijken. “David is gek op mensen uit andere landen,” vertelt ze. “Er komen mensen uit Spanje, Frankrijk, Japan, Nederland, Zweden en Argentinië.”

Complex en zeldzaam

In de late uren van de zaterdagmiddag druppelen de nationaliteiten inderdaad één voor één binnen. Sommige plukkers zijn oude bekenden en vallen David en Carole om de hals, anderen, zoals ik, zijn er voor het eerst en geven bedeesd een hand. David Léclapart is dan ook niet zomaar iemand: zijn biodynamische champagnes behoren tot de beste van de wereld. Net als andere biodynamische boeren richt David zich op de bodemgezondheid van de wijngaard. Ook houdt hij rekening met de standen van de maan en planeten, en de water- en energiestromen die onder de wijngaard lopen. Nadat het druivensap in tanks en vaten is gedaan, draagt ​​David het proces over aan de natuur en stopt hij elke vorm van inmenging. De Léclapart-wijnen worden uitsluitend van één jaargang gemaakt (hoewel het geen officiële vintage champagnes zijn) en komen van slechts vier hectare grond waar geen chemicaliën en pesticiden worden gebruikt. De kwaliteit is hoog en het volume laag, wat de champagnes van Léclapart niet alleen fantastisch complex, maar ook vrij zeldzaam maakt. De flessen zijn slechts sporadisch online beschikbaar, zelfs zijn “instapchampagne” l’Amateur.

In huize Léclapart is van deze zeldzaamheid geen sprake. Dat merk ik tijdens het avondeten, als l’Amateur in zesvoud op de eettafel verschijnt. David schenkt meer dan twintig glazen vol en scandeert alle namen van de plukkers, ontvangen door gejuich en applaus. Iedereen krijgt een bord met knapperige, warme paté en croute en broodmanden met stokbrood worden doorgegeven. Het feest is begonnen en duurt meteen tot 03.00 uur ‘s nachts.

Ontbijt in de wijngaard

De volgende ochtend zit ik om 07.00 uur aan dezelfde eettafel. De één na de andere plukker komt binnen, verwelkomd door een katerig “bonjour” van de aanwezigen. We drinken een kop koffie en eten een koekje; het echte ontbijt krijgen we later. De plukkers worden door David en zijn zoon Martin naar een aantal busjes gedirigeerd en een kwartier later staan we bij het eerste veldje. Ik krijg een emmer en een knipschaar, en David laat ons zien hoe je druiven plukt. Mijn zorgen over mijn onervarenheid blijken ongegrond: je zoekt de steel van de tros druiven en knipt ‘m daar af. Dat is echt alles. Druiven die zijn aangetast door meeldauw oftewel Oïdium moeten we ook afknippen, maar op de grond laten liggen. Ik ga aan de slag met Rui, een Japans meisje dat ik de dag ervoor heb leren kennen. Ze is net zo gek op biologische champagne als ik, en druk pratend beginnen we aan onze werkdag.

Toen ik mensen thuis vertelde dat ik ging helpen met de champagneoogst, fronsten de meesten hun wenkbrauwen. “Jij liever dan ik,” was het commentaar. Na een kwartier druiven plukken weet ik waarom. Oogsten is niet zozeer zwaar; het is killing voor je rug. De wijnstokken zijn zo’n meter hoog, wat betekent dat je je half bukkend en half hurkend door de wijngaard moet verplaatsen. Voor tien minuten is dat prima te doen, daarna beginnen je spieren te protesteren. Ik ben dan ook helemaal kapot als ik anderhalf uur later geschreeuw hoor: “Tout le monde, le petit déjeuner est prêt!”. Ontbijt, godzijdank.

Bij het zien van het ontbijt trekt de pijn uit mijn rug. Aan de rand van de wijngaard staat een lange tafel gevuld met kaas, worst, stokbrood, roomboter en chocola. Davids zoon Martin trekt een fles rode côteaux champenois open: een lichte, naar kersen smakende wijn van huize Léclapart zelf. Het is amper kwart over negen in de ochtend, maar het plaatje klopt. De zon komt op van achter de heuvels en warmt onze handen. Ik eet stokbrood met boerenpaté en nip aan mijn côteaux champenois.

Culinaire vrienden

De combinatie hard werken, alcohol en eten blijkt het thema van de week. Iedere dag verzamelen we ons rond het middaguur in de eetruimte voor de lunch, die zonder uitzondering spectaculair is. David heeft culinaire vrienden door de hele Champagnestreek en de chefs van sterrenrestaurants L’Assiette Champenoise en Racine wisselen elkaar af in de keuken. We krijgen boeuf bourguignon, citroenkip, tarte tatin en de meest crunchy porcetta die ik ooit geproefd heb. Op de derde dag zet chef Kazu van restaurant Racine kilo’s zelfgemaakte eendenpaté met foie gras op tafel, onder groot applaus van de aanwezigen. Ik ontdek dat het David was die Kazu aanmoedigde om zijn eigen restaurant te beginnen. Dit effect heeft hij op meer mensen. Onder de plukkers bevindt zich ook Alejandro Muchada, een wijnmaker uit Marco de Jerez, een historische wijnstreek in Andalusië in Spanje. Alejandro was zo onder de indruk van Davids manier van champagne maken dat hij zijn baan als architect opzegde en samen met David Spaanse wijnen ging produceren onder de naam Muchada-Léclapart. Ook die flessen verschijnen regelmatig op tafel. Nog nooit heb ik zoveel verschillende wijnen op één avond toegevoegd aan mijn Vivino-account.

Eerst dansen

Op de vierde dag komt er abrupt een einde aan de oogstweek. Tot nu toe hebben we alleen Chardonnay geplukt, en de veldjes Pinot Noir die over zijn blijken vrijwel geheel verwoest door hagel en meeldauw. In de ochtend halen we nog een paar emmers per persoon van de velden, daarna is het klaar. Als we onze emmers en knipschaar voor de laatste keer inleveren, zie ik David even peinzend naar de wijngaard kijken. “Maak je je veel zorgen?” vraag ik hem. “Nee hoor,” antwoordt David. “Het is jammer, maar het is de natuur. Soms krijg je veel, soms niets. En nu gaan we lunchen!”

Als we terugkomen in Trépail, klinkt de feestmuziek ons al tegemoet. De tafel is gedekt en tot mijn verrassing verschijnen er flessen l’Apôtre op tafel: mijn lievelingschampagne. David mag dan een groot deel van zijn oogst verloren zijn, champagne uitdelen zit nog altijd goed in zijn systeem. Ik besluit om mijn salaris van deze week om te zetten in een paar Léclapart flessen. Ik wil het hem net vragen als ik uit het raam kijk en hem zie dansen, midden op straat. “Bedankt Japan, bedankt Zweden, bedankt Spanje!” roept hij naar de licht aangeschoten mensen om hem heen. “We zullen de schade van dit jaar wel zien, maar eerst gaan we dansen.”

 

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Winelife Magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen? Volg Winelife magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.