Wijneiland Santorini

Wijneiland Santorini

Goede wijn behoeft geen krans, zegt het spreekwoord, maar deze wijnen hebben hem al vóórdat de druiven gaan groeien. De megavulkaanuitbarsting rond 1630 voor christus legde een lijkwade van puimsteen, sinters en as over dit eens zo mooie eiland. Maar anno nu voltrekt zich hier elk jaar een metamorfose die wereldwijs doorklinkt. Welkom op het Griekse wijneiland Santorini.

MEI OP SANTORINI

Mei op Santorini. Stapelmuurtjes van lavastenen krommen zich om de akkers en omarmen de kostbare aarde. Christóphoros Vamvakousis woont te midden van zijn wijngaarden die er florissant bij liggen. Vulkanische asregens bedekten het eiland rond 1630 voor Christus met tot wel 60 meter dikke, nu ingeklonken afzettingen waarop geen grasspriet wil groeien. De mix van as, puimsteen, sinters en lavabommen wordt hier áspa ofwel Theran earth genoemd, aarde van Thera, een oude naam voor Santorini.

FYSIEKE FACTOREN

Maar men heeft geleerd de bodem productief te maken en woelde deze om tot een diepte van 50 tot 65 centimeter. Wat bleek? De nu poederfijne laag neemt regen en dauw op als een spons. Zelfs ’s zomers is het op 3 à 4 vingers onder de oppervlakte al vochtig tot een harde, ondoorlatende laag op 50 centimer diepte. Dit verklaart ook de grote hoeveelheid oppervlaktewortels: overal zoekt de wijnstok zijn water. Zo beschikt de plant onder ideale omstandigheden het jaar rond over voldoende vocht.

Niet altijd werkt het weer echter mee boven de Egeïsche Zee, waarin ook
Santorini ligt. De meeste regen valt tussen oktober en februari met een jaargemiddelde van minder dan 400 millimeter. Met dalen van 130 millimeter lijdt echter ook de wijnstok, die kan overleven op 200 millimeter per jaar. Christóphoros laat de aarde losjes door zijn handen glijden. ‘Kijk, de afstand tussen de planten is belangrijk: die moet 1,80 meter zijn. De opname van water en voedsel bepaalt de productiviteit.’

KLIMAAT

Wijnbouw op Santorini hangt af van drie fysieke factoren: de samenstelling van de bodem, het klimaat en de druivensoort. In de loop der jaren is de viticultuur hier uitgegroeid tot een
lucratieve vorm van bestaan, haast de enige vorm van akkerbouw op Santorini die zonder irrigatie gedijt. Opstijgende zeewinden tegen de tot 300 meter hoge kraterrand trekken ’s nachts over het eiland, een bijzonder schouwspel van mysterieuze nevels. ’s Ochtends ligt er dauw op de wijnbladeren. Vanaf half juni gaat dit de hele zomer door. Na zonsopkomst lossen de dampen snel op. De zomerwinden, lokaal Meltémia genoemd, geven schimmels (peronospora of Botrytis) weinig kans. De Meltémi waait van begin mei tot half september.

 

WIJN VOOR WATER

Druiven en rozijnen werden altijd al als vrucht gebruikt en bewaard voor de moeilijke wintermaanden en voor zeereizen. Wijn was in de oudheid de drank voor soldaten en zeelui. Bij
gebrek aan drinkwater en een veilige haven was het eiland Santorini voor zeelui onaantrekkelijk voor een bezoek. Toch werd het een belangrijke tussenstop op de reis van Venetië naar Kreta en het Midden-Oosten, zo blijkt uit Venetiaanse archieven. De reden: er heerste hier een wijncultuur. En wijn telde blijkbaar zwaarder dan water. De zoete wijn was zeer gewild: Malvasía, ofwel Malmsey, van zongedroogde druiven. In 1657 schreef de jezuïet en pauselijke afgezant François Richard in Parijs over de wijn van Santorini, evenals de Franse reiziger Jean de Thévenot. De wijnstok is goed
bestand tegen droogte.

Tekst & Fotografie Douwe Laansma

Ben je benieuwd naar het volledige artikel? Je leest het in de nieuwste Winelife editie 69. Deze bestel je hier!

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Winelife Magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen? Volg Winelife magazine op InstagramFacebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.