Vive le Languedoc-Roussillon!

Vive le Languedoc-Roussillon!

Voor wijnjournalisten zijn het drie lange maanden van thuiszitten geweest, gewend als ze zijn aan veel reizen. Half juni werd de strenge lockdown in Frankrijk echter versoepeld en waren buitenlandse gasten en toeristen weer welkom. En dus toog Charlotte van Zummeren voor WINELIFE onmiddellijk met de auto en gewapend met een mondkapje naar Languedoc-Roussillon om er vijf wineries te bezoeken. TEKST CHARLOTTE VAN ZUMMEREN

Languedoc-Roussillon is een grote streek en loopt van Nîmes tot aan de Spaanse grens. Het wijnlandschap in de Languedoc-Roussillon is een ware lappendeken en dat behoeft enige uitleg. Er bestaan zo’n veertig appellations en de aard van die appellations varieert naar aanleiding van de ligging. In het westen van de Languedoc wordt er gewerkt met Atlantische rassen zoals cabernet sauvignon en merlot. Richting de Middellandse Zee wordt er meer grenache en cinsault verbouwd. De verdeling is ook deels gebaseerd op het klimaat. In het westen is het koeler met meer regen, daar gedijen de Atlantische rassen beter. In het zuiden komen de geconcentreerde wijnen van onder andere grenache meer tot hun recht.

Carcassonne
Voor ons eerste bezoek landen we Carcassone, op zo’n 1.400 kilometer rijden vanaf Amsterdam. Het departement Aude is niet alleen een wijngebied, ook op toeristisch gebied valt er een hoop te zien. Carcassonne is een middeleeuws stadje dat vooral beroemd is om de ommuurde vesting aan rand van de stad en de katharen, een religieuze beweging die in de middeleeuwen zijn stempel op de stad en omgeving drukte. Je wandelt door de Porte Narbonnaise de vesting in. Normaal gesproken kun je over de hoofden lopen in de Rue Cros Mayrevieille, de hoofdstraat die naar het kasteel loopt. In de post-COVID-19-tijd is het gelukkig wat rustiger.

Calmel & Joseph
Vlak bij Carcassonne, in Montirat, staat het domaine van Calmel & Joseph en dat is onze eerste bestemming. De naam van het merk is gelijk aan de achternamen van de oprichters Laurent Calmel en Jérôme Joseph. In Nederland is Calmel & Joseph vooral bekend vanwege de instaprange Villa Blanche en de eigen cuvée van Astrid en Therèse. Jérôme stapt in zijn fourwheeldrive voor een tour door de wijngaarden. ‘Vanaf 1995 werkte ik als négociant. Sinds 2007 ben ik gaan werken met Laurent Calmel en raakte ik met hem bevriend.’ Laurent Calmel heeft als wijnmaker over de hele wereld gewerkt, maar sinds 2007 is hij enkel in de Languedoc actief. Jérôme en Laurent hebben sindsdien een perfect partnerschap op het gebied van viticultuur, wijnmaken én marketing. In 2015 kochten ze het domaine waar Jérôme me nu doorheen rijdt. Hier maken ze de topcuvées, volledig organisch gemaakte wijnen. Het domaine is ook een 200 hectare grote multifarm met onder andere lavendel, groenten, granen en honing. De 20 hectares aan wijngaarden liggen op ongeveer 250 meter hoogte op een terroir van klei en kalk. Deze uiterste westelijke punt van de Corbières is duidelijk koeler.

More is less
Een goed wijnbedrijf is goed in alle facetten. Niet alleen de topwijnen, maar ook – of juist – de instappers. Dat is bij Calmel & Joseph het geval bij Villa Blanche, de lijn die in Nederland het meest bekend is. Laurent en Jérôme werken in de hele Languedoc samen met winegrowers die zij kennen. Ze maken wijn in veel van de AOP’s in de Languedoc. Villa Blanche is een algemene Pays d’Oc-wijn. Laurent reist heel wat af in de Languedoc en heeft er meer dan een dagtaak aan om al deze wijngaarden te bezoeken. De growers werken zo schoon mogelijk en alles gaat in overleg met Calmel & Joseph. Na de oogst wordt de wijn door Laurent opgevoed in de omgeving van de wijngaarden. Hoe gepokt en gemazeld hij ook is, Laurent blijft een bescheiden mens. ‘Het was een lange studie en ik heb in alle uithoeken van de wereld gewerkt. Maar wat blijft: the more you know, the less you know.’

Lees het hele artikel in WINELIFE #66. Bestellen kan hier

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Winelife Magazine!