Wie Mâcon blanc zegt, zegt chardonnay. Maar sinds deze maand is dat niet meer het hele verhaal. De regels van de Mâcon AOP zijn aangepast en voortaan zijn ook aligoté, pinot blanc en pinot gris toegestaan als aanvullende druivenrassen. Melon en sacy mogen onder speciale voorwaarden worden gebruikt.
Tekst: Ingrid Larmoyeur | Beeld: Manuel Venturini via Unsplash
Chardonnay blijft duidelijk de hoofdrol spelen. Van de aangeplante witte druiven moet minimaal 90% chardonnay zijn; de aanvullende rassen mogen samen maximaal 10% vormen. In de uiteindelijke assemblage mogen ze echter tot 15% van de wijn uitmaken. De uitbreiding van het aantal druivenrassen wordt expliciet gemotiveerd als aanpassing aan de klimaatverandering.
Mechanisatie
Er verandert meer. De minimale plantdichtheid daalt van 7.000 naar 5.000 stokken per hectare en de maximale afstand tussen de rijen neemt toe van 1,80 naar 2,20 meter. Dat maakt onder andere verdere mechanisatie mogelijk.
Ook opvallend: het algemene verbod op stukjes hout, zoals eikenhoutsnippers, verdwijnt. Voor gewone witte Mâcon mogen ze voortaan worden gebruikt. Bij Mâcon-Villages en witte Mâcon met een geografische aanvulling, zoals Mâcon-Lugny, blijven ze verboden.
Flexibiliteit
De nieuwe regels geven producenten meer speelruimte in wijngaard en kelder. Maar de versoepelingen roepen ook vragen op. Nieuwe druivenrassen, een lagere plantdichtheid én eikenhoutsnippers: hoeveel flexibiliteit kun je binnen een appellation geven zonder het herkenbare karakter en kwaliteitsniveau ervan te veranderen? Wij zijn benieuwd hoe Mâcon zich hiermee uiteindelijk gaat ontwikkelen.
Wist je al dat WINELIFE editie 102 uit is? Je shopt ‘m hier.
Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op WINELIFE Magazine!
Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen? Volg WINELIFE magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.
