De Gert Crum Wijnschrijfprijs is in het leven geroepen voor iedereen die vindt dat wijn niet alleen lekker is om te drinken, maar ook heerlijk is om over te schrijven. Het doel: het schrijven over wijn in het Nederlands een flinke boost geven. En daar worden wij natuurlijk blij van.
Tekst: Fela de Wit | Beeld: Gert Crum Wijnschrijfprijs
De prijs is vernoemd naar Gert Crum, een van Nederlands bekendste wijnschrijvers. Jarenlang gaf hij bovendien les aan de Vinologenopleiding van de Wijnacademie en inspireerde hij talloze wijnliefhebbers om nét iets verder te kijken, ruiken en proeven.
Voor de allereerste editie kwamen maar liefst 46 inzendingen binnen. De vakjury selecteerde daaruit vijf genomineerden. Uiteindelijk kan er natuurlijk maar één met de winst vandoor gaan.
Hierbij alweer de derde genomineerde: Bas Korpel.
Orange wine
Hoewel Bernhard het serieus overwoog, was lopen naar Vosne, vanaf het Hospice de Beaune geen optie. Alleen al de voettocht naar Corton-Charlemagne kostte hem gisteren meer dan anderhalf uur. Een dagtaak vond hij het. Met iedere stap sleten zijn schoenen verder en voelde hij de kiezels prikken onder zijn voeten. Zijn donkerblauwe lievelingspak begon ook al tekenen van slijtage te vertonen. Maar de tocht bleek het meer dan waard, toen hij zijn geliefde Louis Latour Corton-Charlemagne uit het caleidoscopische jaar 1921 in zijn glas kreeg. Hij wist het al lang. Na het proeven van diezelfde witte wijn, bij zijn houterige peetoom Leopold, moest en zou hij die mythische wijngaard zien.
Karel de Grote zag eigenhandig op welk deel van de heuvel de sneeuw als eerste smolt. ‘Hier plant je mijn wijnstokken’, riep hij uit. In eerste instantie stond er pinot noir, die koninklijk rood opleverde. Zijn vrouw Luitgarde, bleek een keurige Duitse dame. Rode wijnvlekken in de witte baard van haar man waren reden genoeg om te eisen dat een deel van de heuvel werd aangeplant met witte druiven. En vanaf die dag was de Grand Cru-wijngaard, en gelijknamige appellatie, Corton-Charlemagne ‘wit in een zee van rood’.
Bernhard moet er niet aan denken om een baard te hebben. Zijn gladgeschoren wangen helpen hem om vrouwen te veroveren, zoals gisteren de roodharige serveerster in de bar van zijn hotel in Beaune. Op dezelfde plek waar hij twee reislustige Britten ontmoette, die nu toeterend komen aanrijden in een elf jaar oude De Dion-Bouton uit 1923.
De bestuurder is een lange, slungelige Welshman van Noorse komaf. Roald is amper achttien jaar oud, maar bestuurt de auto, met het stuur aan de rechterzijde, met een gemak alsof hij dat al jaren doet. Bovendien bereisde hij de Bourgogne vijf jaar geleden al uitvoerig met zijn vader. Met zijn zesentwintig jaar is de andere man de nestor van het gezelschap. Ian komt uit Londen, maar spreekt ook een aardig woordje over de grens, omdat hij eerder woonde in Kitzbühel, München en Genève.
Onderweg leest Bernhard op de plaatsnaamborden betoverende namen van wijnen, die hij bij zijn oom Leopold in de kelder heeft zien liggen: Aloxe-Corton, Nuits-St-Georges en Vosne-Romanée. Leopold heeft hem opgedragen om rode wijn te leren drinken. ‘Die zelfverzonnen cocktails horen niet bij een man van jouw stand.’ Bernhard kan Leopolds bloed wel drinken en vindt dat zijn oom nul idee heeft van de huidige generatie: ‘U bekijkt de wereld door een rietje’, verweet Bernhard hem.
De zon staat inmiddels hoog aan de hemel als de drie jonge mannen Vosne-Romanée in komen rijden. Met open armen worden ze ontvangen door Edmond Gaudin de Villaine, beheerder van Domaine de la Romanée-Conti. In de ommuurde La Romanée-Conti-wijngaard staan de rijen pinot noir met militaire precisie opgelijnd. Edmond vertelt trots: ‘Als je over de muur naar het zuiden kijkt, dan zie je onze meest recente aanwinst. Sinds deze zomer is La Tâche de nieuwste Monopole van Domaine de la Romanée-Conti’. ‘Net als in Noorwegen’, merkt Roald op, ‘daar koopt mijn oom Oswald al meer dan tien jaar zijn wijnen bij Vinmonopolet.’ Bernhard en Ian proesten het uit.
Eenmaal in de kelder aangekomen, proeven de mannen la romanée-conti, la tâche en richebourg 1933 uit het vat. Gulzig spoeden ze zich naar de proeftafel waar Roald en Ian bij wijze van grote uitzondering la romanée-conti uit het minuscule oogstjaar 1923 mogen proeven. Bernhard staat erop om 1931 te proeven. Het lichtingsjaar van zijn studie in Berlijn.
De twee Britten komen superlatieven te kort om de wijn te overladen met complimenten. Gelukkig maar voor Bernhard, want zodoende wordt de aandacht enigszins afgeleid van zijn gezicht dat samentrekt. Wrang, zuur en bitter, is alles dat hij proeft. Hij krijgt het gevoel dat hij de kerkbanken van de Sankt Joseph Kirche in Reckenwalde aan het opdrinken is. Ternauwernood weet hij nog ‘délicieux’ uit te brengen. Inmiddels is hij overtuigd. Rode wijn is een straf. Ondrinkbaar.
‘s Avonds, eenmaal terug in Beaune, gaan de drie mannen weer naar de bar waar ze elkaar gisteren ontmoetten. Als Bernhard wanhopig in zijn zak voelt hoe weinig francs hij nog over heeft, realiseert hij zich dat een nieuwe fles corton-charlemagne er vanavond niet in zit. Bovendien bestellen Ian en Roald liever een romanée-conti. Dat gaat een brug te ver voor Bernhard. Ik ga nog liever dood, dan dat ik nog één glas rood drink in mijn leven.
Terwijl de anderen dorstig van de rode wijn drinken, bestelt Bernhard met zijn laatste geld zijn favoriete cocktail. ‘Monsieur’, roept hij. ‘Mag ik in een diep champagneglas een mix van drie delen gordon’s, één deel wodka en een half deel lillet dry. Fijn als u het kunt schudden totdat het ijskoud is. En serveren met een dun schijfje citroenschil.’ Ian neemt nog een slok van zijn romanée-conti en kijkt Bernhard aan alsof hij water ziet branden. ‘Een geheimzinnige toverdrank…’ stamelt Roald. ‘Dit is mijn eigen uitvinding’ zegt Bernhard, terwijl hij draait aan de verse witte anjer in het knoopsgat van zijn revers. ‘Ik denk dat ik er patent op aanvraag.’
Onder het drinken van zijn zelfverzonnen cocktail, fantaseert Bernhard van een leven in luxe. Waarin hij zijn schrale bestaan kan omruilen voor paleizen, plezierjachten en een kelder vol corton-charlemagne.
Ian geeft hem een gouden tip: ‘You only live once. Als jij wilt baden in luxe, ga dan niet voor die frisse, jonge serveerster, maar kies voor een prinses. Eentje waarvan de bloem van haar jeugd al begint te verleppen. Kies een wanhopige prinses die jou redt. Zij zal je rijk genoeg maken om de rest van je leven roekeloos te blijven en corton-charlemagne te drinken.’
‘Weet je het zeker?’ grapt Roald. ‘Ik zeg liever: You only live twice. Net als sommige wijnen, die een tweede leven krijgen. Denk maar aan Karel de Grote en zijn corton-charlemagne.’ Bij Bernard loopt het water hem in de mond als Ian plotseling alsnog een fles corton-charlemagne bestelt. ‘Zet maar op kamer 007’, floept Roald er tussendoor. ‘Op naam van Dahl en Fleming.’
Wist je al dat WINLIFE 102 verkrijgbaar is? Shop ‘m hier.
Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op WINELIFE Magazine!
Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen? Volg WINELIFE magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.
