Van alle mousserende wijnen is rosé het echte pretportret en dus een vrolijke keus om die in ons feestnummer editie 100 (shop je hier) een podium in de proeverij te geven. Maar roze prik is meer dan een party animal. Hij smaakt anders dan witte mousserende wijn. Minder formeel, hipper, frisser en fruitiger. Tenminste als je een goede hebt.
Tekst: Magda van der Rijst | Beeld: Unsplash
Roze bubbels zitten in de lift. Het volume van witte mousserende wijnen blijft het grootst, maar het aandeel van roze groeit al jaren en maakt tegenwoordig circa 10 procent van de totale champagne- en cavamarkt uit, bij prosecco is dat 12 à 15 procent en voor crémant loopt het op naar de 20 procent. De aantrekkingskracht heeft onder meer te maken met de opkomst van de stille rosé. Die kreeg dankzij de wijnen uit de Provence een gigantische imago-boost en de mousserende versie deed daar zijn voordeel mee.
In de fles
Nu klinkt het alsof mousserende rosé niet meer dan een stille rosé met koolzuur is, maar zo zit het meestal niet. Er zijn grofweg drie manieren om hem te maken: via de traditionele methode waarbij de basiswijn, een rosé, een tweede vergisting in de fles ondergaat en maanden of zelfs enkele jaren op z’n lie (de gistresten) verder rijpt. Zo gaat dat bij onder meer champagne, cava, crémant en franciacorta. Door die langere rijping wordt de smaak intenser en complexer en verandert het koolzuur in een mousse met fijne, goed geïntegreerde belletjes.
Verder lezen? Dat kan natuurlijk in ons feestelijke jubileumnummer 100. Shop ‘m hier.
Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op WINELIFE Magazine!
Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen? Volg WINELIFE magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.
